Maandelijks archief: oktober 2011

Met nieuwe auto naar Ballarat en Leongatha

‘s Ochtends worden we gebeld door het verhuurbedrijf. We krijgen te horen dat de nieuwe auto met een paar uur geleverd zal worden. In de tussentijd gaan we even naar de bakker en heb ik wat tijd om de blog een beetje bij te werken. Rond half 1 arriveert een verse Nissan X-Trail en kunnen we weer de weg op. De eerste bestemming op onze lijst is Ballarat. Dit was vroeger een goudzoekersstadje en dat is op sommige plekken nog zichtbaar zoals in de vorm van een gold shop. Het centrum doet soms qua bouwstijl een beetje denken aan het wilde westen.


Hierna rijden we door richting Wilsons Promontory National Park waarbij we voor de derde, en laatste keer Melbourne aandoen. Al vanaf ver zien we de skyline van deze stad opdoemen.


We belanden uiteindelijk in Leongatha – een klein plaatsje waar niet bijzonder veel te doen is. Wanneer we gaan eten bij een lokaal restaurantje krijgen we te maken met een bijzondere manier van bestellen wat blijkbaar normaal is in Australie. We krijgen namelijk wel gewoon een menukaart van een serveerster, maar daarna moeten we onze bestelling opgeven bij een aparte balie. Hier komen wij pas na tien minuten wachten achter. Let wel op, want die balie is echt alleen voor het eten. Drinken moet je gewoon bestellen aan de bar. Gelukkig hoeven we niet zelf naar de keuken te lopen om onze borden te halen, maar worden deze gewoon naar onze tafel gebracht.

Grampians National Park en breakdown in Stawell

We gaan vandaag naar Grampians National Park, een park met bergen die uit de omringende vlakte oprijzen met steile hellingen aan de oostzijde. We beginnen bij Dairy Creek. Ooit was dit een mooi groen bos met een klein stroompje. Maar in januari van dit jaar veranderde dit alles door allesvernietigende overstromingen in het park.


Wanneer we door dit gebied lopen zien we overal ontwordelde bomen, stapels met rotsblokken en stukken aarde die zijn weggeslagen. Ook zien we de restanten van een brug die oorspronkelijk 100 meter verderop stond. We merken dat de kracht van moeder natuur niet onderschat moet worden.


Andere bezienswaardigheden in het park zijn een stuwdam die de watervoorziening regelt voor de 36 dorpen hier in de buurt, wat watervallen en mooie vergezichten op de vlaktes. Tevens ziet Marvin onderweg een hagedis in de berm waarvan hij even een foto maakt.


Uiteindelijk gaan we richting Ballarat zodat we daar kunnen overnachten. Dit is een goudzoekersstadje op ongeveer een uur rijden van Melbourne. Tijdens het rijden merken we echter dat er linksvoor wat piept. Al snel voelen we ook iets een beetje wiebelen. We stoppen de auto en kijken even naar het wiel linksvoor wanneer Marvin een stukje vooruit en achteruit rijdt, maar zien niet iets bijzonders. Omdat we geen signaal hebben met onze telefoons besluiten we om door te rijden naar het eerste plaatsje zodat we kunnen bellen naar het verhuurbedrijf.


Tijdens het rijden op de snelweg A8 blijkt iemand achter ons te seinen en gaan we aan de kant. Wanneer we uitstappen ruiken we verbrand rubber en zien we dat de band linksachter plat is. Aan de zijkant van de band zit een flinke scheur alsof we ergens overheen zijn gereden. We bellen met het verhuurbedrijf en zij komen met het advies om de band gewoon te wisselen met het thuiskomertje achterin. Morgen kunnen we dan langskomen in Melbourne om een goede bandenwissel te doen.


Nadat we het thuiskomertje gemonteerd hebben rijden we verder maar we merken gelijk dat het getik en gewiebel linksvoor een stuk sterker is geworden. We zijn nu in het plaatsje Stawell en zetten de auto bij de lokale Shell pomp aan de kant. Wanneer Marvin de auto een stukje laat rijden terwijl wij toekijken zien we al snel dat het wiel nu erg wiebelt. Ook valt ons nu op dat er een bout mist waar we dus waarschijnlijk overheen zijn gereden. We rijden nog een klein stukje naar het dichstbijzijnde hotel en boeken daar een kamer. Tevens bellen we weer met het verhuurbedrijf die voor ons een sleepwagen regelt. Tot zover huurauto 1; morgen krijgen we een nieuwe. Even kijken hoe lang we daarmee doen.

The Great Ocean Road, Otway NP, Port Campbell NP en Hamilton

Vandaag gaan we rijden over The Great Ocean Road. Dit stukje weg wordt volgens de Lonely Planet beschouwd als de meest spectaculaire kustweg in Australie. Onze dag begint goed als we op een terrasje in de zon ons ontbijt nuttigen. We starten daarna met de grote rit langs de kust met als beginpunt Anglesea en eindpunt Warrnambool. Het eerste stuk heeft een mooi uitzicht op de indische oceaan en brengt ons door een aantal gezellige kustplaatsjes. Daarna gaat de weg iets meer landinwaarts en rijden we door de bossen.


Wanneer we in Otway National Park een kijkje nemen zien we na een bocht een auto met Japanners stilstaan. Ze wijzen met z’n allen naar boven en daar zien we een koala zitten in de tak van een boom. Erg grappig om ze eens in het wild te zien. Ook hier doen ze maar weinig anders dan een beetje in de boom hangen. Wanneer we vervolgens doorrijden blijkt het opeens te wemelen van de koala’s in de bomen.


Verderop zien we een bordje voor een nieuwe lookout point en we besluiten een kijkje te nemen. De weg er naartoe blijkt echter redelijk onbegaanbaar en Jef moet goed zijn best doen om de vele kuilen te ontwijken. Wel vindt hij het fantastisch om met een all wheel drive hier doorheen te crossen. Toch besluiten we rechtsomkeert te maken want het is en blijft een huurauto.


We rijden daarna door het Port Campbell National Park wat het bekendste stuk is van deze weg. Hier vind je de bijzondere rotsformaties met namen zoals Loch Ard Gorge, The Twelve Apostles en de London Bridge. De London Bridge is nu nog maar voor de helft het evenbeeld van zijn naamgenoot. 15 januari 1990 stortte namelijk het eerste deel wat aan het vaste land vastzat in zee. Gelukkig raakte niemand gewond, maar de twee mensen die vastzaten op het kersverse eiland moesten met de helicopter opgehaald worden.


De Twelve Apostles hebben ook best wel wat te verduren gehad van de woeste oceaan, want er zijn nu nog maar officieel acht over. De meest recente ging in 2005 ten onder. Helaas voor ons regende en waaide het behoorlijk op dit stuk waardoor we op een gegeven moment drijfnat waren. Gelukkig was het uitzicht nog wel goed en konden we toch veel zien.


Uiteindelijk komen we aan in het plaatsje Hamilton. Dit is een redelijk groot dorp met wat kroegjes en restaurantjes. We eten wat bij de lokale chinees en gaan daarna even een pilsje doen bij de lokale pub; het is immers toch zaterdagavond. Er is een live bandje die allerlei cover nummers speelt en uiteraard passeert ook “Down Under” van Men at Work de revue. Uiteindelijk breien we er rond een uur of 1 een einde aan.

Marakooba Caves en met de boot naar Melbourne

Vandaag gaan we naar Mole Creek waar de marakooba caves liggen. Deze grotten zijn in een periode van miljoenen jaren ontstaan, zelfs toen Tasmanie nog bij het grote supercontinent behoorde en veel dichter bij de evenaar lag.


We zien mooie rotsformaties met stalagtieten, stalagmieten, wat fossieltjes en wanneer de lichten uitgaan ook een grote verzameling gloeiwormen op het plafond. Het is net alsof je naar een sterrenhemel kijkt. Barend vermoedt dat ze een verzameling LED lampjes hebben geinstalleerd.


Omdat we aan het einde van de middag al bij de boot moeten zijn gaan we weer terug naar Devonport en doen we daar nog een wandeling door de stad. Overdag is het nog wel aardig druk met mensen en er is hier ook een winkelstraatje in Europese stijl. Buiten deze winkelstraat om komt het op ons toch maar over als een saai stadje.


Rond half zes melden we ons bij de boot die om half acht het ruime sop zal kiezen. Doordat het eten niet zo super was aan boord hebben we maar even wat gegeten bij de subway. Morgenochtend gaan we na aankomst in Melbourne richting The Great Ocean Road.

Cradle Mountain en Devonport

We vertrekken op tijd richting Cradle Mountain. Het is bijna 4 uur rijden vanaf hier en we rijden door een landschap met veel heuvels wat bij vlagen doet denken aan Engeland of Ierland. Na drie kwartier komen we aan in het plaatsje Ross wat bestaat uit een lange straat met aan het begin een kerk en voorderest wat huisjes en winkeltjes. Voor de kerk zien we een monument en gedenkstenen van de oorlogsslachtoffers die uit dit dorp zijn gekomen. Zo was er o.a. Sgt. Lewis McGee van de 40e Australische infanterie die de Victoria Cross heeft gekregen voor zijn diensten in Ypres, Belgie. Hij heeft dit helaas niet meer mee kunnen krijgen.


Na een paar uurtjes komen we aan in Cradle Mountain. De ingang is een stuk groter dan van Mount Field. We bezoeken even het visitor center waar Barend nog wat zakjes chips scoort en gaan vervolgens met de auto het park in. Hoofdevenement van de dag is een wandeling van twee uur rond het meer bij
Cradle Mountain. Hierbij hebben we vaak een mooi uitzicht op dit bergmassief. Het is niet moeilijk om te raden waarom dit gebergte zo genoemd wordt.


Verder bezoeken we nog wat watervallen en komen we voor het eerst een kangaroe tegen in het wild. Tevens komen we nog een possum tegen. We moeten wel zeggen dat het hier niet bepaald stikt van de wilde dieren, maar misschien kom je er meer tegen als je de grotere trails doet. De grootste trail die we op een bordje zagen was ruim 80 kilometer lang en duurde ongeveer 4 tot 5 dagen. Deze besloten we na kort overleg maar links te laten liggen.


Nadat we diverse korte trails hadden gedaan was het alweer vijf uur en besloten we een plek te zoeken om te overnachten. Aangezien er niet veel hotelletjes in de buurt van Cradle zijn gaan we rijden naar Devonport waar onze boot morgenavond richting Melbourne vertrekt. Wanneer we daar aankomen zien we deze boot nog net wegvaren. We vinden een leuk hotelletje vlakbij de haven en lopen even door de stad om te kijken wat er te doen is. Volgens WikiTravel moet er een hele leuke pub zijn, maar deze is nogal rustig als we een kijkje nemen. We gaan dus maar weer terug naar het hotel en doen nog een drankje in de hotelbar.

Mount Field National Park en Bothwell

Vandaag gaan we rijden naar Mount Field National Park. We nemen de weg langs de Gordon River en bij de ingang bezoeken we eerst het visitor center. Hier zit een klein winkeltje bij inbegrepen waar Marvin een mooie placemat koopt voor zijn verzameling thuis. Tevens kopen we een pas voor onze auto zodat we alle nationale parken in Tasmanie kunnen bezoeken. Deze kost 60 AUD en is 3 maanden geldig. Daar redden we het dus wel even mee de komende paar dagen. Vervolgens gaat onze eerste bezoek aan een Tasmaans Nationaal park beginnen en rijden we het park in.


Al snel bevinden we ons in de rimboe en blijkt dat de AWD toch wel goed van pas komt op de modderige bergpaden. Dit is wel even andere koek dan een nationaal park in de Verenigde Staten waar alles netjes geasfalteerd is. Na ongeveer tien minuten rijden komen we een zwerm cockatoo’s tegen die midden op de weg staan. We stoppen de auto zodat Marvin en ik kunnen uitstappen om wat foto’s te maken. Zelf denk ik er even niet bij na dat dit toch echt wilde dieren zijn en sla ik de deur redelijk hard dicht van de auto. Hierop kiezen alle cockatoo’s met een luid gekrijs het luchtruim. Oeps…


Daarna gaan we kijken naar de verschillende watervallen die dit park te bieden heeft. Dit zijn de Russell Falls, de Horseshoe Falls en de Lady Barron Falls. De eerste twee zijn na een korte wandeling te bereiken terwijl de laatste ongeveer op een half uur lopen door het oerwoud ligt. Bij een van de wandelingen sta ik op een houten uitzichtpunt wanneer ik onder de planken iets zie bewegen. Het blijkt een whombat te zijn. We maken ook nog even een rondje langs de grote woudreuzen die hier staan. Volgens een bordje is de hoogste boom hier ongeveer 77 meter.


Hierna gaan we op zoek naar een slaapplaats, maar dat is nog wel een uitdaging. Dat Tasmanie afgelegen gebieden kent wisten we al een beetje, maar dat er zo weinig beschikbare hotels en bed & breakfasts zouden zijn in de buurt van Mount Field hadden we niet verwacht. Dit gecombineerd met de lange afstand naar Cradle Mountain National Park doet ons besluiten om Franklin-Lower Gordon Rivers National Park over te slaan.


We komen uiteindelijk in het plaatsje Bothwell aan. Hier vinden we een hotel en restaurant om wat te eten. Het is volgens het bord vanavond pizza avond en dat dienen we zeer letterlijk te nemen, want voorderest hebben ze namelijk niets. Aangezien het vroeg donker wordt doen we er verstandig aan om hier een slaapplek te vinden. Helaas zit het hotel al vol, maar de eigenaresse kent nog wel een cottage hier vlakbij waar we terecht kunnen. Deze is gebouwd in 1840 en kost maar 155 AUD wat een stuk goedkoper is dan een hotel met 4 personen. We merken wel dat het inchecken op het platteland iets anders loopt dan we gewend zijn. De eigenaar woont blijkbaar best ver weg en besluit om niet langs te komen maar telefonisch door te geven waar de sleutel ligt. Het geld mogen we neerleggen op de keukentafel. Wel mooi dat er nog plekken zijn waar dit nog gewoon kan. Het doet helemaal niet onder voor een bungalow bij Landal, dus we vinden het een zeer goede deal. Jeff en Barend lopen buiten nog een stukje door het dorp, maar er blijkt niks te beleven. Morgen gaan we weer verder rijden richting Cradle.

Hobart

De boot komt al om kwart voor 6 aan in Devonport – dit stadje ligt in het noordwesten van Tasmanie en is de op twee na grootste stad van dit eiland. Wanneer we de boot verlaten krijgen we opnieuw een flinke controle. Dit keer blijft het alleen bij de vraag of we voedingswaren in de auto hebben. Op zich is er niet veel veranderd aan onze situatie toen we de boot op gingen, dus we kunnen nog steeds hetzelfde antwoord geven. Wie weet zijn er ‘s nachts wel wat boten langszij gaan varen en hebben zij wat smokkelwaar in de vorm van spinazie en brocolli aan boord gegooid, maar daar hebben wij niks van meegekregen. Wanneer we het checkpoint gebied verlaten rijden we nog even door Devonport. Het stelt op zich niet heel veel voor en we zetten daardoor dus al snel koers voor Hobart wat de grootste stad is van Tasmanie.


Na een uurtje rijden beginnen we toch al wat trek te krijgen en gaan we eten in een plaatsje genaamd Carrick. Wanneer we hier aan komen rijden blijkt de plaatselijke herberg gesloten te zijn, dus gaan we wat eten halen bij het tankstation. Hier krijgen we een voedzaam ontbijt voorgeschoteld in de vorm van een toast met bacon and eggs. We merken wel dat de sfeer hier heel anders is dan in Aussie. Het is hier veel meer “hillbilly” op een of andere manier. Men kleedt zich hier heel simpel en het komt allemaal een beetje boers over. Misschien dat het in Hobart wat anders zal zijn.


De uiteindelijke rit duurt iets meer dan 3 uur als we in Hobart aankomen. Hobart is de hoofdstad van Tasmanie en er wonen iets meer dan 250.000 mensen. De stad zelf doet verrassend Europees aan als we er doorheen lopen. Er zijn leuke winkelstraatjes die je ook zo in Duitsland kan aantreffen. Eigenlijk hadden we dus helemaal niet zo ver hoeven vliegen voor Hobart. Verder is er nog een leuke boulevard waar we overheen kunnen lopen, een park met wilde papegaaien, en is er een grote haven met allerlei zeilboten. We komen er o.a. een standbeeld tegen van James Clark Ross, een Britse marineman die van hieruit delen van de kustlijn van Antarctica in kaart heeft gebracht. Tevens blijkt Hobart een tussenstop te zijn geweest van Roald Amundsen tijdens zijn reis naar de zuidpool. Zijn expeditie was de eerste die succesvol de geografische zuidpool bereikte (14 december 1911). Tot zover de fun facts.


Wanneer we zijn uitgelopen gaan we een biertje doen bij een plaatselijke pub. Hier komen we Thea tegen – een backpackster uit Echt (Limburg). We horen dat zij bezig is met een rondreis van zes maanden en dat ze al veel heeft gezien van Australie. Ze geeft ons nog wat handige tips voor het verkennen van het oosten van Australie en Tasmanie. We gaan op tijd slapen, want we willen morgen vroeg het Mount Field National Park bezoeken.

Boot naar Tasmanie

Vandaag is onze laatste dag in Melbourne. Jeff gaat ‘s ochtends even op bezoek bij een nichtje van hem terwijl Marvin en ik even boodschappen gaan doen in het centrum van Berwick. We halen wat spullen voor onderweg in de vorm van een paar liter water en wat snacks. Tevens halen we wat cadeautjes voor onze gastheren tante Wil en ome Martien. Dat was toch wel het minste wat we konden doen na zo’n goed verzorgd verblijf.


Wanneer Jeff terug is pakken we onze spullen en laden we de auto in. We hebben nog een paar uurtjes te gaan voordat de boot vertrekt, maar doordat het regent kunnen we niet veel buiten doen. Als eerste stop hebben we een populair winkelcentrum in Chadstone. Het geheel doet Amerikaans aan met veel winkels en foodcourts. Uiteraard zit ook hier een Lord of the Fries waarop Barend besluit om eindelijk een patatje te scoren. De hapwat heeft er een concurrent bij!


Vervolgens gaan we via de baai naar de port van Melbourne waar onze boot al is aangemeerd. Er staan zelfs al redelijk wat auto’s te wachten op de parkeerplaatsen. We zetten onze auto ook in een van de parkeervakken en doen vervolgens een drankje in een tentje aan de pier. Hierna begint het boarden inclusief een security check. Het valt ons op dat de controle vooral gericht is op voedingswaren en drank, want dat zijn de enige vragen die ons voorgeschoteld worden. Nadat er een blik is geworpen onder de motorkap en in de achterbak mogen we de boot op. Het lijkt ons allemaal niet waterdicht want onze koffers worden niet eens geopend.


Op de boot zelf zijn de voorzieningen goed. We hebben een cabin aan de stuurzijde, er is een restaurantje waarbij je kan opscheppen wat je wilt, en er zijn meerdere plekken om een Australisch of Tasmaans biertje te scoren. We komen de tijd dus wel door. Morgenochtend om 6:00 zullen we aanmeren bij Devonport waarna we om 06:30 met de auto naar buiten kunnen.

Healesville Sanctuary en Berwick

Vanochtend gaat de wekker om half 9. We doen eerst wat wasjes en gaan vervolgens naar Healesville Sanctuary wat in de omgeving van Melbourne ligt. Dit is een speciale dierentuin dat vooral australische diersoorten herbergt, waaronder bedreigde diersoorten zoals de tasmaanse duivel.


We leren onder andere dat er een insurance population is voor het geval dat de tasmaanse duivel helemaal uitsterft. Dit lijkt niet ver weg meer te zijn. Volgens de ranger van het park werd in 1996 een speciale kankersoort ontdekt wat een dodelijke tumor veroorzaakt in het gezicht van de tasmaanse duivels. Deze kankersoort is overdraagbaar door lichamelijk contact zoals bijten wat op zichzelf al heel uitzonderlijk is. Momenteel is meer dan 80% van de populatie uitgeroeid door deze ziekte. Wetenschappers zijn wel bezig met het zoeken naar een vaccin, maar tot nu toe zijn er geen grote successen geboekt.


In het park zijn ook nog andere diersoorten aanwezig zoals koala’s en dingo’s. Van de dingo’s leren we dat deze afstammen van een paar honden die vroeger werden meegebracht door kolonisten. Hoewel we hiermee het ecosysteem flink aan het verkloten waren heeft de natuur wel een balans gevonden. Zo hebben kleinere diersoorten meer kans gehad op overleven omdat de dingo hun natuurlijke vijanden verdreef zoals de tasmaanse tijger. Bijzonder detail is dat de staat van Victoria nu de dingo op de lijst van bedreigde diersoorten heeft gezet. Het kan raar lopen.


Na het bezoekje aan de dierentuin gaan we weer richting Berwick. We willen nog even kijken naar een stoomtreintje bij Emerald maar deze is al met de noorderzon vertrokken. Het is lekker weer dus dan maar een ijsje in de hoofdstraat. Het blijkt dat de vrouw van de eigenaar een Nederlandse is en hij wijst o.a. naar de collectie drop die zij heeft ingekocht. Iedereen lijkt hier wel nederlandse roots te hebben.

Terug in Berwick spreken we af met Lauren en Roy; twee vrienden van de zus van Jeffrey. Met hun gaan we wat eten bij de lokale italiaan en drinken daarna wat bij de pub. We komen er o.a. achter dat pitchers bier relatief gezien wat goedkoper zijn dan aparte glazen.Het is erg gezellig en voor we het weten sluit de bar al. We nemen afscheid en gaan weer terug naar huis.

Melbourne

Om 9 uur gaat de wekker. Hoewel ik me nog wel een beetje moe voel besluit ik gewoon op te staan. Je moet toch zo snel mogelijk in het ritme van de nieuwe tijdzone komen. Het verschil is nu al opgelopen tot 9 uur later dan Nederland. Het ontbijt is hier bij de familie van Jeff goed geregeld. We krijgen zelfs chocoladepasta van de Euroshopper. Het blijkt dat hier in Berwick (een buitenwijk van Melbourne) veel Nederlandse emigranten zitten. Een van hun heeft ook een Nederlands winkeltje opgericht waar allerlei hollandse artikelen gekocht kunnen worden. In de etalage zien we o.a. Douwe Egberts spullen. Wel leuk als je dit allemaal tegenkomt aan de andere kant van de wereld. Voelt het op een of andere manier toch weer een beetje als thuis.

Na het ontbijt gaan we richting de stad om alles een beetje te verkennen. Dit keer mag ik plaatsnemen achter het stuur en ik moet zeggen dat het me toch wel wat moeite kost om links te rijden. Zo ben ik toch geneigd om bij kruispunten linksaf de rechterbaan te pakken. Of per ongeluk de ruitenwissers aan te zetten in plaats van de richtingaanwijzers. Gelukkig is het een automaat en hoef ik me ook niet zorgen te maken over het schakelen.


Wanneer we in het centrum aankomen nemen we eerst de historische tram door de stad. Deze ouderwetse trammetjes lijken wel speciaal ingericht te zijn voor toeristen. Zo krijgen we tijdens de rit allerlei informatie voorgeschoteld over de gebieden waar we doorheen rijden. We stappen uit in de buurt van het convention centre en gaan lopen richting het centrum. Het blijkt dat er op dit moment een of ander comic of fantasy fair bezig is in het convention centre. Op straat stikt het van de mensen die verkleed zijn. Zo komen we o.a. een Katy Perry lookalike tegen inclusief lolly, maar ook Hellboy, Stormtroopers, en meerdere Batmans en Jokers.


In het centrum lopen we wat door de buurt en komen o.a. bij Federation Square. Dit plein ziet er zelf modern uit, maar is wel omringd door allerlei historische gebouwen zoals een groot station (Flinders Street Station), het St Pauls Cathedral en een historische pub (Young and Jacksons). Tevens vind je hier allerlei eetgelegenheden. Barend was vooral gecharmeerd van een nieuwe keten die hij gevonden heeft genaamd “Lord of the Fries”. Hij heeft er echter nog geen frietje genuttigd, maar dat zal niet lang meer duren. De rest van de wandeling bezoeken we o.a. het skydeck van een wolkenkrabber waarbij we een mooi uitzicht hebben over de stad, een casino, een boulevard met allerlei cafe’s langs de Yarra rivier, een festival terrein waar vanavond Joss Stone zal optreden, wat memorials van de eerste en tweede wereldoorlog en een botanische tuin.


Helaas zit het weer niet echt mee dus lopen we veel met een paraplu te zeulen. ‘s avonds gaan we wat eten bij the Beer Garden. Het blijkt dat de biertjes flink aan de prijs zijn hier. We zien op de kaart zelfs een Amerikaans biertje voor 55 AUD (41 euro). We gaan uiteindelijk voor de goedkopere biertjes die rond de 10 AUD kosten (7.50 euro). We besluiten vervolgens weer richting huis te gaan.